Stap 3c: Bankmutaties koppelen

Nu je je bankafschrift hebt geüpload, kun je je bankmutaties verwerken. Selecteer het Btw-percentage dat van toepassing is op de transactie. Dit kun je checken op je bon of factuur. Hier zie je Nog te rubriceren bankbetalingen. Kies je gepaste kosten- of omzetgroep om je bankmutaties meteen te koppelen. Klik op de drop-down en je ziet verschillende opties verschijnen:

  • Enkele kostensoorten: kijk hier of je snel de juiste kostengroep kunt vinden voor je uitgave. Natuurlijk alleen interessant wanneer de bankmutatie een uitgave betreft.
  • Open facturen (dit kunnen zowel kosten als verstuurde facturen zijn): facturen of kosten die je eerder aangemaakt hebt staan hiertussen wanneer de betaling nog niet is geregistreerd. Ontzettend handig om efficiënt in- en uitgaande betalingen te koppelen aan je openstaande facturen.
  • Overigen: het is te adviseren om hier te kijken wanneer je uitgaven wilt rubriceren in kostengroepen. Hier kun je kiezen uit verschillende omzet- en kostengroepen. Alle kostenrekeningen staan in de reeks 4000. Bepaal per bankmutatie welke kostensoort van toepassing is op de betaling. Gebruik 8000 voor je omzet.

Als je je bankmutaties hebt toegewezen aan een kosten- of omzetgroep, kun je dit natuurlijk checken op dezelfde manier als we hebben gedaan na het sturen van een factuur. Ga dus naar Resultaat per periode en zoek met  je transacties terug. Alles wat je hierboven hebt gedaan wordt hier automatisch opgenomen in je boekhouding.

Aan de hand van je bankmutaties kun je dus ontzettend efficiënt je financiële administratie bijhouden. Verstuurde facturen naar je klanten kun je eenvoudig koppelen aan de betaling van je klant en uitgaven die zichtbaar zijn in je bankmutaties kun je makkelijk koppelen aan een kostengroep zonder eerst apart je kosten in te voeren bij stap 4 Kosten boeken.